Verdiepend artikel · Krachttraining & techniek
Progressietools: zo gebruik je je 1RM, caloriebehoefte en lichaamsmetingen
Met de progressietools van Power Import kun je je maximale kracht schatten, je caloriebehoefte berekenen en veranderingen in je lichaamssamenstelling volgen. De resultaten kun je laten mailen en bewaren in je account, inclusief de gegevens waarmee je hebt…

11 min
Met de progressietools van Power Import kun je je maximale kracht schatten, je caloriebehoefte berekenen en veranderingen in je lichaamssamenstelling volgen. De resultaten kun je laten mailen en bewaren in je account, inclusief de gegevens waarmee je hebt gerekend.
Zo kun je bij een volgende berekening terugzien welk activiteitsniveau je had gekozen, hoeveel herhalingen je had gedaan of welke lichaamsmetingen je had ingevuld. Dat maakt het makkelijker om je vooruitgang te beoordelen en te bepalen of je training of voeding aanpassing nodig heeft.
De begrippen in dit artikel linken naar verdiepende uitleg. Je vindt ze ook bij elkaar in de begrippenlijst voor krachttraining, fitness en sportvoeding.
Welke progressietool gebruik je wanneer?
| Wat wil je weten? | Welke tool gebruik je? | Wat haal je eruit? |
|---|---|---|
| Hoe ontwikkelt mijn kracht zich en welke trainingsgewichten passen daarbij? | 1RM Calculator | Geschatte maximale kracht, verschillende rekenmethodes en trainingsgewichten op percentages. |
| Hoeveel moet ik eten voor onderhoud, afvallen of aankomen? | Calorie Calculator | Rustverbranding, onderhoudscalorieën, een dagdoel, macro’s en maaltijdvoorbeelden. |
| Hoe veranderen mijn lichaamsomvang en geschatte vetmassa? | Vetpercentage Calculator | BMI, geschat vetpercentage, vetmassa, vetvrije massa en aanvullende lichaamsmetingen. |
1RM berekenen zonder een maximale poging
Je one-rep max (1RM) is het hoogste gewicht dat je één keer met correcte techniek en volledige bewegingsuitslag kunt verplaatsen. Een echte maximale poging is echter niet altijd wenselijk of praktisch. Zo’n test vraagt om een goede voorbereiding en kan sterk worden beïnvloed door slaap, stress, warming-up, ervaring en de uitvoering van de oefening.
Met de 1RM Calculator kun je daarom een geschatte 1RM berekenen op basis van een submaximale set. Je vult het gewicht inclusief de halterstang in, plus het aantal technisch correcte herhalingen dat je hebt uitgevoerd. De uitkomst is een schatting: geen directe meting en geen garantie dat je precies dat gewicht op een goede dag kunt tillen.
Bijvoorbeeld: 80 kilo bankdrukken voor vijf herhalingen. De calculator geeft met de Epley-formule een geschatte 1RM van 93,3 kilo. Mayhew komt in dit voorbeeld uit op ongeveer 95,2 kilo en Wathen op ongeveer 93,3 kilo. De formules leveren dus verschillende uitkomsten op, ook wanneer ze op dezelfde set worden toegepast.
Dat verschil ontstaat doordat elke formule op een andere manier probeert te beschrijven hoe het aantal herhalingen samenhangt met de intensiteit. De Epley-formule is relatief eenvoudig: bij een vast gebruikt gewicht stijgt de geschatte 1RM lineair met het aantal herhalingen:
1RM = gewicht × (1 + herhalingen / 30)
De formule is gemakkelijk te begrijpen en toe te passen. Bij vijf herhalingen wordt het gebruikte gewicht volgens Epley vermenigvuldigd met 1,1667. De formule is vooral bruikbaar als praktische schatting, maar de lineaire aanname is een vereenvoudiging. De relatie tussen herhalingen en maximale kracht verschilt per persoon en oefening.
De Mayhew-formule gebruikt een andere benadering. Deze formule is gebaseerd op een verhouding tussen het aantal herhalingen en een exponentiële correctie:
1RM = (100 × gewicht) / (52,2 + 41,9 × e(-0,055 × herhalingen))
Hierdoor stijgt de geschatte 1RM op een andere manier naarmate het aantal herhalingen toeneemt. De formule kan bij bepaalde herhalingsaantallen een hogere schatting geven dan Epley, zoals in het voorbeeld met vijf herhalingen. De Wathen-formule gebruikt eveneens een andere empirische relatie:
1RM = (100 × gewicht) / (48,8 + 53,8 × e(-0,075 × herhalingen))
Omdat de constante waarden en de exponentiële correctie per formule verschillen, komen de uitkomsten niet exact overeen. Geen van deze formules is universeel de beste. De nauwkeurigheid hangt onder meer af van het aantal herhalingen, de oefening, je trainingsniveau, de spiergroep, je techniek en de vraag of je vooral sterk bent in lage of juist hogere herhalingsaantallen. Een set van vijf herhalingen zal doorgaans een bruikbaardere schatting opleveren dan een set van vijftien of twintig herhalingen, omdat bij hogere herhalingsaantallen lokale spiervermoeidheid en conditie een grotere rol spelen.
Voor de 1RM Calculator houden we Epley aan als standaardformule. Dat is geen bewering dat Epley in iedere situatie het meest nauwkeurig is. De formule is transparant en eenvoudig controleerbaar. De uitkomst is gemakkelijk uit te leggen en sluit aan bij het praktische gebruik van een geschatte 1RM voor trainingspercentages. Met één vaste standaard kun je opeenvolgende berekeningen bovendien op dezelfde basis vergelijken.
De uitkomst moet je daarom vooral zien als een bruikbare referentiewaarde voor je training. Gebruik je meerdere formules naast elkaar, dan kun je een bandbreedte krijgen, maar die bandbreedte is geen gegarandeerd bereik van wat je daadwerkelijk kunt tillen. Je werkelijke 1RM kan lager of hoger uitvallen. Gebruik de schatting daarom in combinatie met je techniek, de ervaren inspanning en je prestaties in recente trainingen.
Trainingspercentages geven aan welk deel van je geschatte one-rep max (1RM) je gebruikt. Ze helpen om trainingsgewichten te kiezen zonder elke sessie maximaal te hoeven tillen. Een laag percentage laat doorgaans meer herhalingen toe, terwijl een hoger percentage past bij minder herhalingen en meer nadruk op maximale kracht. De relatie tussen percentage en herhalingen is slechts een richtlijn: slaap, techniek, trainingservaring en het type oefening beïnvloeden hoeveel herhalingen je werkelijk kunt uitvoeren.
In powerlifting worden percentages vaak gebruikt om de intensiteit van squat, bench press en deadlift te plannen. Bekende programma’s zoals Smolov en Smolov Jr. werken met veel volume en relatief hoge intensiteiten, terwijl Sheiko-programma’s doorgaans meerdere wekelijkse sessies, veel submaximale sets en een sterke nadruk op techniek gebruiken. Andere bekende benaderingen zijn 5/3/1, waarin de gewichten over een cyclus geleidelijk oplopen, en Texas Method, met een combinatie van volume, herstel en een wekelijkse zware inspanning. Zulke programma’s verschillen in frequentie, volume en intensiteit; kies daarom een schema dat past bij je herstelvermogen en ervaring.
Ook in bodybuilding kunnen percentages nuttig zijn, vooral om een passend startgewicht voor samengestelde oefeningen te bepalen. Bodybuildingprogramma’s leggen echter vaak meer nadruk op trainingsvolume, spiergroepen, oefenkeuze en het trainen dicht bij spierfalen dan op een vast percentage van de 1RM. Programma’s zoals Push/Pull/Legs, Upper/Lower en PHUL of PHAT gebruiken verschillende verdelingen van volume en intensiteit. Bij isolatieoefeningen zijn percentages vaak minder praktisch; uitvoering en herhalingscapaciteit verschillen per oefening en persoon.
Daarom gebruiken veel sporters naast percentages ook RPE en RIR. RPE, of Rate of Perceived Exertion, is hier een inspanningsschaal van 1 tot 10. Een RPE 10 betekent dat je geen herhaling meer met goede techniek had kunnen uitvoeren; RPE 9 staat ongeveer voor één herhaling in reserve. RIR, of Reps in Reserve, beschrijft het aantal resterende herhalingen: RIR 0 betekent dat je geen herhaling meer met goede techniek overhad, RIR 1 betekent dat je nog één herhaling had kunnen doen en RIR 2 dat er nog twee over waren. Een schema kan bijvoorbeeld een set voorschrijven op 75% van de 1RM met RPE 7–8. Je gebruikt dan het percentage als startpunt en verlaagt of verhoogt het gewicht wanneer de werkelijke inspanning niet overeenkomt met de doel-RPE.
Bij hetzelfde voorbeeld is 80% volgens Epley afgerond 75 kilo. Als je schema met percentages werkt, kun je die tabel gebruiken om een werkgewicht te kiezen. Rond gewichten af op de beschikbare schijven en pas ze zo nodig aan op basis van je uitvoering en inspanning. Het aantal sets, herhalingen, rusttijden en de gewenste inspanning blijven onderdeel van je trainingsschema.
Welke set vul je in?
Gebruik een technisch goede, uitdagende set. Een makkelijke warming-upset waarbij je nog veel herhalingen overhad, geeft weinig informatie over je maximale kracht. Een zware set met enkele herhalingen is hiervoor doorgaans bruikbaarder dan een lange set waarbij ook spieruithoudingsvermogen een grote rol speelt. Je hoeft daarvoor geen mislukte herhaling uit te lokken.
Vergelijk bovendien dezelfde oefening en uitvoering. Bankdrukken met een pauze op de borst is een andere prestatie dan touch-and-go. Een diepere squat kan de vergelijking met je vorige berekening eveneens veranderen.
De calculator heeft geen veld voor de oefening. Noteer daarom in je eigen trainingslog waarop de berekening betrekking heeft, met eventuele bijzonderheden zoals een pauze, andere stang of afwijkende uitvoering.
Gebruik een nieuwe berekening wanneer je een representatieve betere set hebt neergezet of een trainingsblok evalueert. Eén mindere training is onvoldoende reden om je hele programma om te gooien.
Die geleidelijke opbouw van je trainingsbelasting heet progressieve overload. Je kunt bijvoorbeeld meer herhalingen maken met hetzelfde gewicht en daarna een kleine stap in gewicht zetten. Je trainingslog en 1RM-schatting helpen om die ontwikkeling te volgen.
Van trainingsplateau naar nieuwe persoonlijke records
Blijven je werkgewichten en herhalingen langere tijd steken, dan kan een coach met je meekijken naar de opbouw van je trainingen, je uitvoering en je herstel.
Jay (32) trainde al zo’n tien jaar toen zijn vooruitgang stilviel. Tijdens zijn traject bij Naudiz veranderde de manier waarop hij trainde en volgden nieuwe persoonlijke records. Bij de incline dumbbell press kreeg hij eerder 25 kilo per hand nauwelijks omhoog; in het interview vertelt hij dat hij inmiddels bijna 40 kilo drukt.
Je caloriebehoefte berekenen: van onderhoud naar een dagdoel
De Calorie Calculator vraagt naar je leeftijd, lengte, gewicht, geslacht en activiteitsniveau. Daarna kies je je doel, de aanpak en een voedingsstijl.
In de uitslag kom je drie verschillende energiewaarden tegen:
-
BMR:
een schatting van je energieverbruik in rust. -
TDEE:
je geschatte totale dagelijkse energieverbruik, inclusief activiteit. Dit is je berekende onderhoud. -
Dagdoel:
de hoeveelheid calorieën die de tool voor je gekozen doel berekent. Bij een cut ligt die onder onderhoud, bij een bulk erboven.
Je BMR is dus niet het aantal calorieën waarop je automatisch moet gaan eten. De BMR geeft alleen aan hoeveel energie je lichaam in volledige rust nodig heeft om basisfuncties zoals ademhalen, je hartslag, je lichaamstemperatuur en de werking van je organen te onderhouden. In de praktijk ben je echter niet de hele dag volledig in rust: je beweegt, werkt, sport, loopt, staat en verbruikt ook energie tijdens het verteren en verwerken van voedsel (TEF). Daarom ligt je werkelijke dagelijkse energiebehoefte hoger dan je BMR.
Als je alleen naar je BMR zou kijken, zou je je totale caloriebehoefte te laag inschatten. Een te groot of langdurig energietekort kan leiden tot onnodige honger, vermoeidheid, slechter herstel en moeite om het voedingspatroon vol te houden. Daarbij kan ook het risico op verlies van spiermassa toenemen. De BMR is daarom vooral een uitgangspunt voor de berekening, geen persoonlijk caloriedoel of vaste ondergrens voor je inname.
Voor een dagdoel kijkt de calculator ook naar je activiteit en doel. Je onderhoud wordt geschat door je BMR te combineren met je dagelijkse beweging en activiteitsniveau. Bij afvallen of aankomen bepaalt de aanpak ‘Rustig’, ‘Gemiddeld’ of ‘Agressiever’ hoe ver het dagdoel onder of boven je onderhoud ligt. Daarmee krijg je een startpunt dat je vervolgens toetst aan je ontwikkeling in de praktijk.
Kies een activiteitsniveau dat bij je hele week past
Vier trainingen per week vertellen niet hoeveel je de overige uren beweegt. Een zittende werkdag met weinig stappen verschilt van een dag waarop je loopt, tilt en sjouwt. Neem beide mee bij het kiezen van je activiteitsniveau.
Het energieverbruik door geplande sport heet EAT. Het verbruik door dagelijkse beweging buiten je trainingen valt onder NEAT. Die dagelijkse beweging helpt verklaren waarom twee mensen die even vaak trainen toch een verschillende caloriebehoefte kunnen hebben.
Een voorbeeldberekening voor een man van 30 jaar, 180 cm en 80 kilo met de instelling ‘Actief’ geeft een BMR van 1.780 kcal en een onderhoud van 2.759 kcal. Dat laatste getal is een schatting; je hoeft je eten niet tot op die ene calorie af te wegen.
Gebruik de uitkomst een paar weken als uitgangspunt en kijk hoe je gemiddelde lichaamsgewicht, training en herstel zich ontwikkelen. Wil je afvallen, maar blijft je gewicht over meerdere weken gelijk? Controleer dan eerst of je werkelijke inname en activiteit overeenkomen met wat je hebt aangenomen. Stel vervolgens zo nodig in kleine stappen bij.
Bereken opnieuw wanneer je gewicht, dagelijkse beweging of trainingsbelasting duidelijk verandert. Na een losse zware training hoef je niet meteen een ander activiteitsniveau te kiezen.
Macro’s en het voorbeeldmenu
Gebalanceerd
De gebalanceerde voedingsstijl verdeelt je dagdoel over eiwitten, koolhydraten en vetten. Deze optie is geschikt als je een algemene, flexibele aanpak zoekt zonder extra nadruk op één macronutriënt.
High Protein
High Protein legt meer nadruk op eiwitten. Deze verdeling past bij doelen zoals spieropbouw, herstel na training of het behouden van spiermassa tijdens het afvallen.
Performance / Endurance
Performance / Endurance reserveert meer ruimte voor koolhydraten. Deze stijl is vooral gericht op duursporters en op doelen waarbij energie tijdens langere of intensieve trainingen belangrijk is.
Keto
Keto beperkt koolhydraten sterk en legt de nadruk op vetten, met een gematigde hoeveelheid eiwitten. Deze optie past bij een ketogene voedingsaanpak, maar vraagt extra aandacht voor de samenstelling van je maaltijden en de haalbaarheid op lange termijn.
GLP-1 Gericht
GLP-1 Gericht is bedoeld als voedingsprofiel bij een verminderde eetlust of kleinere porties, zoals bij gebruik van GLP-1-medicatie. Het is geen persoonlijk medicatie- of behandeladvies. Bespreek medicatie en individuele voedingsbehoeften met een arts of diëtist.
Voorbeeldmenu
Het voorbeeldmenu geeft ideeën voor maaltijden binnen de gekozen stijl. Het bevat geen volledig afgewogen porties die automatisch precies optellen tot jouw dagdoel. De hoeveelheden stem je dus zelf af op je calorieën en macro’s.
Wil je verder lezen over eiwitbronnen en eiwitinname, dan vind je meer achtergrond in ons artikel over eiwitten voor sporters.
Vetpercentage en lichaamsmetingen: kijk ook naar de invoer
De Vetpercentage Calculator kun je op drie manieren gebruiken: zonder meetlint, met omtrekmetingen of met een huidplooimeter. Welke je kiest, bepaalt hoeveel persoonlijke meetinformatie er in de berekening zit.
Zonder meetlint berekent de tool een globale schatting op basis van BMI, leeftijd en geslacht. Bij gelijk gewicht, lengte en leeftijd kan deze route geen verschuiving in de verhouding tussen vetmassa en vetvrije massa herkennen. Voor het volgen van veranderingen in je lichaam geeft deze optie daardoor weinig houvast.
Met een meetlint vul je de volledige set omtrekken in die de calculator vraagt. Bij mannen zijn dat nek en taille; bij vrouwen komt daar de heup bij. Daarmee gebruikt de tool de U.S. Navy-methode. De uitleg naast ieder meetpunt helpt je de juiste plaats te vinden.
Je kunt extra omtrekken vastleggen, zoals bovenarm, borst en bovenbeen. Die zijn bruikbaar om de ontwikkeling van afzonderlijke lichaamsdelen te volgen. Ze veranderen de Navy-berekening niet.
Met een huidplooimeter kies je uit drie, vier, zeven of negen meetpunten. De tool toont de bijbehorende velden. Meerdere meetpunten kunnen meer informatie over de verdeling van onderhuids vet geven. Of de schatting daardoor nauwkeuriger wordt, hangt ook af van de gebruikte formule en je meettechniek. Meer meetpunten vragen meer meetwerk en een consequente uitvoering. Kies een methode die je zorgvuldig kunt herhalen, zo nodig met hulp bij lastig bereikbare meetpunten.
Wat betekenen de cijfers?
BMI beschrijft de verhouding tussen lengte en gewicht. Het maakt geen onderscheid tussen spieren, vet en botmassa. Een gespierde sporter kan daardoor in een hoge BMI-categorie vallen zonder dat dit op zichzelf vertelt hoeveel lichaamsvet diegene heeft. De CDC omschrijft dat zo: “BMI is a screening measure and is not intended to diagnose disease or illness.”
Vetpercentage is het geschatte aandeel vet in je lichaamsgewicht. Vetmassa vertaalt dat percentage naar kilo’s. Weeg je bijvoorbeeld 80 kilo bij een geschat vetpercentage van 20%, dan komt de berekening op 16 kilo vetmassa en 64 kilo vetvrije massa.
Die 64 kilo is niet je spiermassa. Vetvrije massa omvat ook onder meer water, botten en organen. Een stijging van één kilo in deze uitkomst bewijst dus geen kilo spiergroei.
Wat zegt je metabolische leeftijd?
De tool toont daarnaast een indicatie van je metabolische leeftijd. In deze calculator wordt je kalenderleeftijd aangepast op basis van je geschatte vetpercentage en je vetvrije massa in verhouding tot je lengte. Daarvoor gebruikt de berekening vaste referentiewaarden. De tool meet geen rustmetabolisme, spiermassa of visceraal vet.
Een hoger geschat vetpercentage of relatief lagere vetvrije massa kan de uitkomst verhogen; het omgekeerde kan die verlagen. Omdat de indicator is afgeleid van gegevens die de calculator al gebruikt, levert hij geen afzonderlijke meting van je gezondheid op. Een lagere uitkomst betekent dus ook niet automatisch dat je gezonder bent of een lager gezondheidsrisico hebt.
Gebruik het cijfer als aanvullende indicatie en kijk voor je voortgang vooral naar de onderliggende metingen, je krachtontwikkeling en je herstel. Verschillende tools kunnen andere formules gebruiken, waardoor hun uitkomsten niet rechtstreeks vergelijkbaar zijn.
Zo maak je metingen vergelijkbaar
Meet op hetzelfde moment van de dag, op dezelfde plaatsen en met dezelfde methode. Houd het meetlint telkens op dezelfde manier en trek het niet de ene keer los en de andere keer strak. Herhaal een meting als de uitkomst onverwacht afwijkt. Laat huidplooien bij voorkeur door dezelfde persoon meten.
Een wissel van meetlint naar huidplooimeter kan op zichzelf al een andere uitkomst geven. Begin bij zo’n wissel een nieuwe reeks in plaats van het verschil direct als vetverlies te lezen. Ook bij consequente uitvoering houden schattingen een foutmarge; kijk naar een ontwikkeling over meerdere metingen. Onderzoek naar lichaamssamenstelling in sport beschrijft die methodische beperkingen.
Resultaten mailen en bewaren in Mijn account
Na een berekening verschijnt het blok ‘Neem dit resultaat mee’. Voor e-mailen en opslaan log je in op je Power Import-account.
Met ‘Mail resultaat’ stuur je een overzicht naar het e-mailadres van je account. Daarin staan de belangrijkste uitkomsten en de gebruikte invoer en keuzes. Dit is een servicemail; je schrijft je hiermee niet in voor de nieuwsbrief.
Wil je de berekening later op de website terugvinden, geef dan toestemming voor het bewaren van de gegevens en kies ‘Opslaan in mijn account’. E-mailen en opslaan zijn aparte acties.
Onder Mijn account → Progressieresultaten vind je opgeslagen berekeningen met datum en tijd. Je kunt daar de gebruikte invoer, aanvullende uitkomsten en het volledige berekeningsrapport bekijken. Je kunt een resultaat ook opnieuw mailen of verwijderen. Je account bewaart maximaal de 50 nieuwste resultaten; resultaten ouder dan 24 maanden worden verwijderd.
Voor vergelijken zijn juist die opgeslagen instellingen nuttig. Een hoger calorieadvies kan bijvoorbeeld voortkomen uit een hoger gekozen activiteitsniveau. Een ander vetpercentage kan het gevolg zijn van een andere meetmethode. Controleer daarom de invoer voordat je conclusies trekt uit het verschil.
Drie tools naast elkaar: wat kun je ermee beslissen?
Stel dat je een paar weken wilt afvallen. Je kiest een caloriedoel, legt je lichaamsmetingen vast en bewaart een representatieve krachtberekening.
Na die periode is je gemiddelde gewicht iets gedaald, je taille kleiner en je kracht ongeveer gelijk. Dat past bij je doel en geeft op zichzelf geen aanleiding om het tekort verder te vergroten. Het bewijst niet precies hoeveel vet je kwijt bent, maar de gegevens wijzen wel dezelfde kant op.
Daalt je gewicht terwijl je prestaties meerdere trainingen achter elkaar teruglopen en je slecht herstelt, bekijk dan je voeding én je trainingsbelasting. De calculators kunnen dat patroon zichtbaar helpen maken, maar stellen de oorzaak niet vast.
Blijft je gewicht gelijk terwijl je taille afneemt en je meer herhalingen haalt met hetzelfde gewicht, dan gebeurt er mogelijk meer dan de weegschaal laat zien. Bewaar de uitkomsten en kijk of die ontwikkeling bij volgende metingen doorzet.
